Beelddenkers en rekenen lijkt geen goede combi. Veel beelddenkers hebben moeite met rekenen op school. Rekenen is een vaardigheid die wij, als mens, helemaal zelf moeten aanleren. Ons brein is wel geschikt om hoeveelheden te begrijpen: Jonge baby’s zien al het verschil tussen 1, 2 en meer en kunnen zelfs intuïtief optellen en aftrekken. Maar ons hele rekensysteem is door de mens bedacht en moet elk mens voor zich weer helemaal eigen maken.
Veel beelddenkers hebben moeite met rekenen terwijl rekenen best een belangrijke bijdrage levert aan ons bestaan. Voor veel volwassen beelddenkers is er weinig tot geen relatie tussen een getal op papier en hoeveel iets is. Om dat te voorkomen moeten we al vroeg aan de gang met het hoeveelheidsgevoel. Beelddenkers zijn gevoelsmensen en denken voornamelijk met hun rechterhersenhelft. De rechterhersenhelft kan niet rekenen en heeft daar dus de linkerhersenhelft voor nodig. Helemaal waar is dat niet want ook de rechterhersenhelft levert een belangrijke bijdrage aan het rekenproces alleen is dat minder zichtbaar en minder systematisch.
De linkerhersenhelft van beelddenkers doet het prima en is vanaf een jaar of zes ook toegankelijk voor het denkproces van beelddenkers. Maar de hersenstructuren van de linkerhersenhelft zijn wel anders aangelegd bij beelddenkers en taaldenkers waardoor de manier waarop de linkerhersenhelft informatie leert en weer bij elkaar puzzelt anders is. Dus ook het rekenproces gaat anders. Maar dat wil zeker niet zeggen dat beelddenkers niet kunnen rekenen.