Leerkuil hoogbegaafdheid - het Beelddenkende Brein

Om aan te sluiten bij het natuurlijke leerproces van hoogbegaafde beelddenkers moet je eerst weten hoe dat leerproces verloopt.

Leerproces van taaldenkers

Taaldenkers leren door kleine brokjes lesstof te automatiseren. Automatiseren wordt bereikt door veel herhaling. Begrip is hierbij van secundair belang en volgt op de automatisering. Begrip helpt wel om patronen te herkennen die later flexibel op nieuwe lesstof toegepast kan worden.

Leerproces van beelddenkers

Beelddenkers willen graag beginnen met een ruwe schets van wat de bedoeling is. Genoeg informatie om te weten wat het einddoel is. Vervolgens gaan ze die ruwe schets aanvullen met informatie: waarom moeten we dit doen, waar hoort de informatie bij, wat weet ik er al van, wie moet het doen, hoe moet ik het doen, wat heb ik allemaal nodig? Zo ontstaat er een beeld van het proces en kan er begonnen worden met oefenen. Door te oefenen worden de overige details aangevuld, net zolang tot het beeld helemaal af of af genoeg is. De lesstof is dan begrepen en kan overal en altijd ingezet en toegepast worden door ermee te associëren en als basis of informatiebron voor een volgende opdracht te gebruiken.

De leerkuil voor hoogbegaafde kinderen
Veel hoogbegaafde kinderen komen als ze jong zijn maar zelden in een leerkuil terecht. Ze springen met gemak over alle kuilen heen die de leerkracht kan graven. Totdat ze ineens een heel diepe kuil tegenkomen. Oei, dat is eng! Daar ga ik niet in. Ik loop er wel omheen en ik verzin een eigen strategie die wel meer tijd kost, maar die ook werkt. Helaas heb je de leerstof niet begrepen, maar je komt wel tot een eindproduct en komt ermee weg. Als dat maar vaak genoeg gebeurt, worden de kuilen steeds dieper en wordt de angst om een keer in zo’n kuil te vallen steeds groter. Faalangst ligt op de loer. Het is dus belangrijk dat je wel door die leerkuil gaat. En liefst zo snel mogelijk.

De eigenschap om alles in het hoofd te construeren en het dan in een keer uit te voeren draagt ook bij aan het springen over de leerkuil. Het brein krijgt te weinig oefening waardoor de handelingen ook in het lijf niet geautomatiseerd worden. Het brein maakt te weinig verbindingen aan. Dat begint al tijdens de kindertijd als een HB baby heel vroeg gaat lopen, al snel de blokkenstoof heeft doorgrond en niet hoeft te oefenen om iets te kunnen. De verbindingen in de kleine hersenen die voor bepaalde handelingen nodig zijn blijven dun.

Doordat de lesstof best saai is en een hoogbegaafd brein graag een creatieve oplossing zoekt is het een natuurlijke reactie om zelf uit te vinden hoe je tot een oplossing kunt komen. Rekenen op de manier waarop iedereen het doet blijft uiteindelijk een bottom-up proces: volg de regels. En dat gaat in tegen de natuurlijke behoefte van een hoogbegaafd brein. Beelddenkers met een gemiddelde intelligentie hebben deze behoefte  veel minder en volgen graag de regels, alleen hebben zij moeite om te begrijpen waarom en hoe ze de regels moeten volgen. De weerstand is vaak een stuk minder.

Je zult hoogbegaafde leerlingen mee moeten nemen in een leerkuil en ze laten ervaren hoe het ook kan. Als ze uiteindelijk een paar keer de euforie ervaren hebt van het proces om weer uit de leerkuil te klimmen en de top te bereiken dan leren ze dat er een beloning wacht aan het einde van het leerproces, deze succeservaringen zijn een belangrijk ingrediënt van intrinsieke leermotivatie. Zorg dan wel voor een onderwerp waar ze interesse in hebben en waar ze hun tanden echt in willen zetten. Dat kan ook uit eigenbelang zijn. Door bij het rekenen veel moeilijkere sommen aan te reiken zodat ze daar een uitdaging in zien willen ze best die tafels leren, die hebben ze nu namelijk nodig om die uitdaging te kunnen voltooien. Gebruik makend van hun eigen wapen: creatief denken en uitdagingen opzoeken.