Beelddenk kenmerken in het onderwijs - het Beelddenkende Brein

Door de andere manier van informatieverwerking loopt een beelddenker tegen specifieke problemen aan in het onderwijs:

  • Automatiseren gaat lastig. Vooral de tafels.
  • Klokkijken gaat moeizamer
  • Blijven letters en cijfers/getallen omdraaien
  • Hooggevoeligheid op meerdere vlakken
  • Faalangstig
  • Perfectionistisch
  • Denken moeilijk
  • Zit meer in dan eruit komt: leerprestaties zijn lager dan van de intelligentie verwacht mag worden
  • Hebben veel informatie nodig
  • Nemen taal letterlijk
  • Last van tijdsdruk
  • Groot rechtvaardigheidsgevoel
  • Intuïtief
  • Autonoom
  • Out-of-the-box denken
  • Allergisch voor Moeten

Beelddenkers hebben het nodig dat zij eerst een groter begrip hebben van wat de lesstof in gaat houden voordat zij bij het begin kunnen beginnen. Alleen het leveren van een afbeelding, materialen en bijvoorbeeld het honderdveld is niet voldoende. Zij moeten ook uitleg krijgen hoe die materialen ingezet moeten worden en waar die passen in hun begrip van het onderwerp. Top-down onderwijs op alle niveau’s. Vaak hebben beelddenkers de ingewikkelde onderwerpen eerder door dan simpele begrippen als keer.

Automatiseren versus begrijpen

Voor taaldenkers zijn de telrij, het automatiseren van de sommen tot tien en het aanleren van de verschillende klanken voldoende om tot leren te komen, het begrip komt later.

Beelddenkers moeten eerst begrijpen wat letters zijn, dat die gekoppeld zijn aan een klank, dat ze een naam hebben, voordat zij begrijpen wat letters zijn. Deze letters worden niet automatisch aan een klank gekoppeld omdat zij op deze leeftijd geen toegang hebben tot hun linkerhersenhelft. Bij het rekenen geeft de telrij geeft niet voldoende houvast om te begrijpen wat optellen en aftrekken is en hoe dat precies gaat. In het begin kunnen ze nog wel een strategie verzinnen hoe ze het voor elkaar moeten krijgen maar het begrip is vaak niet aanwezig. Keersommen onthouden lukt vaak wel maar het begrip keer is vaak een mysterie. Jonge kinderen zijn er echter aan gewend dat ze heel veel niet weten en beseffen zelf niet dat ze simpele begrippen niet begrijpen. Iedereen snapt het dus is het niet moeilijk. Ze doen het ermee. Zo stapelen de hiaten zich op.