Vingerrekenen

Met[MG1]  de vingers rekenen.

Om de overstap van cijferend rekenen met materiaal naar kale sommen vloeiender te laten verlopen en om het getalgevoel te versterken kunnen beelddenkers gebruik maken van vingerrekenen.

Niet alle beelddenkers krijgen het rekenen snel onder de knie en blijven hangen in het op de vingers tellen. Op de vingers tellen is echter heel onnauwkeurig en foutgevoelig. Beelddenkers hebben echter vaak wel het gevoel en de beweging  van de vingers nodig. Door gestructureerd met de vingers te rekenen biedt je het beste van twee werelden: het hoeveelheidsgevoel wordt versterkt en het geeft je leerling houvast. Door consequent de vingers van links naar rechts neer te leggen en de vingers aansluitend bij te leggen creëer je overzicht en structuur en daarmee begrip.

Bij het vingerrekenen is de afspraak dat de linkerpink altijd 1 is en de rechterpink 10. Door deze afspraak worden ze gedwongen om de juiste telrichting te hanteren. Beginnen met vingerrekenen bouw je langzaam op. Als eerste ga je getallen neerleggen met de vingers zodat het gevoel van de hoeveelheid vingers ontstaat. Daarna kun je kleine sommen tot tien gaan maken met de vingers. Als je in de klas over het tiental gaat kun je dit ook met de vingers doen. Dan kunnen de tien vingers ingewisseld worden voor een tienstaafje.

Voor kinderen die het aankunnen kun je in groep 3 al kale sommen tot honderd aan gaan bieden als ze blijk geven daaraan toe te zijn. Juist doordat ze met het cijferend rekenen ook al grotere sommen tegenkomen hebben ze vaak ook behoefte aan grotere sommen achter elkaar. Zo kunnen ze hun startegieen[MG2]  verder ontwikkelen en uittesten vanuit het grotere geheel. Dat hebben ze nodig om tot volledig begrip te komen. In groep 4 wacht hun nog de uitdaging van de keersommen en die is al groot genoeg, je hoeft niet bang te zijn dat ze te ver vooruit gaan lopen.

De meest logische volgorde voor beelddenkers is eerst cijferend rekenen en vervolgens kale sommen achter elkaar. Niet andersom.

Naast vinger-rekenen is het rekenen op een abacus[MG3]  ook een aanrader. Het geeft structuur en helpt met de reken-strategieën van aanvullen tot tien. De vijfstructuur zit er al in en het geeft een visuele steun. Ook de plaatswaarde wordt gestimuleerd. Door gebruik van de abacus wordt deze visueel in het hoofd opgeslagen en kan dan mentaal gebruikt worden. Dit werkt voor zowel de beelddenkers als de taaldenkers.


 [MG1]Eerder in je boek beschrijf je dit ook, maar hier is het veel duidelijker en met plaatjes. Ik zou bijna zeggen, haal dat andere eruit en laat dit erin  zitten.

 [MG2]Strategieën

 [MG3]Wat is dit?