Het verschil in aanleren van rekenen voor beelddenkers en taaldenkers
Het aanleren van rekenen voor beelddenkers en taaldenkers
Voor het rekenen heeft ons brein maar één specifiek hersengebied in de linkerhersenhelft en een in de rechterhersenhelft. In het rekengebied in de linkerhersenhelft wordt alle rekendata opgeslagen. De getallen, de rekensymbolen, en de rekenstrategieën. Ook de geautomatiseerde antwoorden worden daar opgeslagen zoals de sommen tot 20, de tafelsommen maar ook reeksen als 25-5-75-100. De rechterhersenhelft is nodig om te bepalen via welke strategie we een som uitrekenen. Deze rechterhersenhelft maakt daarbij gebruik van de aanwezige data in de linkerhersenhelft. De rechterhersenhelft kan namelijk niet rekenen, dat doet de linkerhersenhelft. Alleen bepalen via welke strategie gebeurt rechts, zowel bij beelddenkers als bij taaldenkers. Tijdens het leren rekenen moet de rechterhersenhelft in eerste instantie de strategie uitdenken. Als deze eenmaal ingeoefend is wordt de strategie opgeslagen in de linkerhersenhelft waarna het weer als data gebruikt kan worden. Zo bouw je steeds verder aan ingewikkeldere strategieën.
Het rekenproces van taaldenkers
Taaldenkers koppelen de hoeveelheid rechtstreeks aan de getallen op papier door de directe link die gemaakt wordt door het brein. Na vier keer dezelfde combinatie van een getal op papier en de bijbehorende naam te horen maakt het brein die koppeling. Door de koppeling met de telrij ontstaat het inzicht welke hoeveelheid bij het getal hoort. Doordat wij de telrij steeds herhalen slaat het brein al die data netjes op. Als het kind een stap verder is gaan we langzaam maar zeker sommen toevoegen. Dat doen we door de sommen steeds weer opnieuw uit te laten rekenen. Een taaldenkbrein heeft een interne getallenlijn en kan op die getallenlijn tellen. Eerst heeft het daar fysieke ondersteuning van de vingers bij nodig maar later kan dat intern. Na een paar keer dezelfde som uitgerekend te hebben weet het brein het antwoord steeds gemakkelijker zonder dat het hoeft na te rekenen. We doen er dan ook een heel jaar over om de sommen tot 20 erin te krijgen. daar hoeft een kind zelf nog niet voor na te denken en heeft de rechterhersenhelft dus nog bijna niet nodig. het hoeft alleen maar de sommen steeds weer opnieuw aangeboden te krijgen. Pas als het brein weer een stap verder is, zo rond de 8-81/2 jaar, wordt de rechterhersenhelft actiever en gaan we steeds meer oefeningen toevoegen waarbij zelf over een strategie nagedacht moet worden. dat kan want nu is ook het breingebied in de rechterhersenhelft geactiveerd. Dat hersengebied moet wel nog oefenen dus wordt er nog veel voorgedaan en leiden de stappen die geboden worden nog vrij eenvoudig naar de te gebruiken strategie. Deze nieuwe strategie wordt dan weer toegevoegd aan het arsenaal aan strategieën in de linkerhersenhelft. Zo kunnen we de rekenopgaven steeds een stapje moeilijker maken.
Het rekenproces van beelddenkers.
Ook bij beelddenkers kan alleen de linkerhersenhelft rekenen. De linkerhersenhelft van beelddenkers kan echter niet via herhaling data opslaan. Data in een beelddenkbrein moet eerst begrepen worden in de rechterhersenhelft voordat het in de linkerhersenhelft opgeslagen kan worden. Die data wordt wel opgeslagen zodra de data begrepen is. Beelddenkers koppelen een hoeveelheid via begrip aan een getal. Dan moet eerst begrepen worden wat een getal is, waar dat voor gebruikt wordt en dat de telrij daarmee te maken heeft. Vervolgens moet begrepen worden dat getallen een hoeveelheid van ‘iets’ vertegenwoordigt. Via deze manier wordt er een koppeling gemaakt tussen een getal op papier, de naam die dat getal heeft en de hoeveelheid die het vertegenwoordigd. Als dat voor een getal begrepen is, is het voor een volgend getal gemakkelijker, die kan aanhaken in hetzelfde concept. Hoe groter de getallen worden, des te meer begrip. Verschillende concepten worden met elkaar geïntegreerd waardoor er een steeds complexer begrip van het rekensysteem komt waardoor het brein steeds gemakkelijker data op kan slaan. Er is echter wel voldoende data nodig om tot volledig begrip te komen. Als er te weinig data aangeboden wordt kan het stukje wel als kennis opgeslagen worden en gereproduceerd worden maar zal het geen geintergreerd begrip vormen met andere stukken data. Dan worden het losstaande ‘eilandjes van kennis’. Voor een beelddenkbrein is het van belang dat deze eilandjes van kennis samengebracht worden en samen een geheel gaan vormen. Omdat gevoel een belangrijk onderdeel is van het concept van beelddenkers gaat een groot stuk van deze begripsvorming van het rekenen via gevoel. Het gevoel welke hoeveelheid bij een getal hoort bijvoorbeeld. Ook de data in de linkerhersenhelft wordt compleet met gevoel opgeslagen. De telrij heeft daar weinig effect op en is alleen een kapstok voor de volgorde van de getallen. Dat roept niet direct een hoeveelheidsbegrip op zoals bij de taaldenkers.
Ook de rekenbewerkingen moeten eerst begrepen worden. De symbolen zoals +, -, =, x, : zeggen niets totdat daar een gevoel aan gehangen is. Pas als het brein expliciet begrepen heeft wat het symbool betekent kan het symbool gebruikt worden en begrijpt het brein welke handeling er uitgevoerd moet worden.
