Autisme en genderdiversiteit
- Autisme is een doorgifte- en ontwikkelingsstoornis
- Hersenpaden zijn anders aangelegd
- Prikkels worden versterkt doorgegeven en intens ervaren
- De Thalamus, ons filtersysteem werkt niet op sociale prikkels
- De innerlijke intuïtie is verstoord
- Afwezigheid van interoceptie is een indicatie
- Kost veel energie
- Geef eenduidige informatie
Hersenpaden
Hersenen van een kind met autisme worden tijdens de baby-tijd anders gesnoeid. Een baby-brein heeft heel veel hersenstructuren waarbij er een deel overbodig is. Gedurende het eerste jaar wordt dit teveel aan neuronen weggesnoeid. Hoe beter dit snoeiproces des te gestructureerder de informatieverwerking van het brein. In een autistisch brein is dit snoeiproces anders dan bij een niet-autistisch brein. Het begint later en lijkt ook minder efficiënt. (Dit is Autisme, Colette de Bruin en Fabienne Naber). Hierdoor ontstaat er een anders gesnoeid brein waardoor de informatieverwerking bemoeilijkt wordt. Waarschijnlijk is dit proces bij beelddenkers ook al anders dan bij taaldenkers maar dat is niet onderzocht. Ik heb dit bij Fabienne Naber nagevraagd maar ze kon mij hier geen antwoord op geven omdat onderzoeksvragen altijd heel precies geformuleerd worden en er geen ruimte is voor conclusies die net buiten het onderzoeksveld liggen. Wat hier dus het geval is.
Aangezien beelddenkers vaak overeenkomsten vertonen met autisme vermoedt ik dat ook het snoeiproces van beelddenkers anders verloopt dan dat van taaldenkers en dat hier de grondslag ligt voor de enorme diversiteit van het menselijke brein.
Brokjes informatie
In een autistisch brein worden meer neuronenpaden dan nodig is geactiveerd en betrokken bij de informatieverwerking. Dit resulteert in een langere weg en het niet altijd tegelijkertijd aankomen van brokjes informatie. Daarnaast worden prikkels, zoals licht, geluid, aanraking in het brein versterkt doorgegeven. Een lichte aanraking komt daardoor heel hard binnen en kan zelfs pijnlijk zijn. Licht wordt feller ervaren en geluiden kunnen echt heel hard lijken. Daardoor is het brein snel overprikkeld.
Er is ook een andere werking van de spiegelneuronen waargenomen. waar een niet-autistisch brein bewegingen van anderen spiegelen en als eigen beweging ervaren, gebeurt er bij een autistisch brein niets of minder. Er wordt dus alleen waargenomen wat het eigen lichaam ervaart.
Een niet-autistisch brein heeft een sterke voorkeur voor sociale informatie, bij autisme krijgt deze informatie geen voorkeursbehandeling en wordt dus niet speciaal opgemerkt. Dit is de reden dat veel autisten moeite hebben met het herkennen van emoties en andere lichaamstaal. Dit filter zit in de Amygdala een kern die zich bevind net boven het reptielenbrein maar er wel sterk mee verbonden is. Bij een autistisch brein werkt de Amygdala anders.
Intuitie
Door alle rotondes en doodlopende weggetjes komt niet alle informatie op dezelfde tijd aan waardoor overzicht van het geheel en de samenhang tussen de verschillende stukjes informatie ontbreekt. De interoceptie, voeling met je lichaam, is verminderd aanwezig. Die interoceptie komt van je hypothalamus en die informatie komt ook minder goed aan. Alle informatie vormt een grote brij van losse stukjes informatie die allemaal even belangrijk zijn. Daarnaast komen stukjes informatie niet allemaal op hetzelfde moment aan omdat sommige stukjes informatie een doodlopend weggetje in waren geslagen of op een rotonde een paar rondjes gedraaid hadden. Onze intuïtie verloopt via de spiegelneuronen en als die informatie niet goed doorgegeven wordt kan je brein en lijf niet anticiperen (vooruitdenken) op wat er gaat komen en werkt ook je intuïtie minder. Intuïtie die je laat weten dat je en persoon herkent maar ook dat die persoon blij of verdrietig is. Een brein met autisme kijkt bijvoorbeeld naar veel meer en andere punten van een gezicht. Een brein zonder autisme kijkt naar de ogen, de wenkbrauwen, de mond en de neus. Dat is veel gerichter waardoor je kleine nuanceverschillen waar kan nemen die jou weer vertellen dat iemand verdrietig is of juist huilt van plezier. Ook het gevoel dat iemand iets zegt dat niet waar is komt uit de gezichtsuitdrukking en je intuïtie. Dat is dus allemaal afwezig bij een brein met autisme. Lastig om zo je weg te vinden in de maatschappij waar omgaan met elkaar en sociaal zijn heel belangrijk is.
De spiegelneuronen vuren wanneer je zelf iets doet maar ook als je een ander persoon iets ziet doen. Daar reageert je lijf dan weer op. Zo ga je vaak zelf gapen als je iemand anders ziet gapen. Bij een brein met autisme vuren de spiegelneuronen alleen als de persoon zelf iets doet. Het spiegelen werkt dus niet of minder. Waarschijnlijk is dat per persoon verschillend.
Sociale behoeftes
Een mens is een sociaal wezen. We leven in groepen en moeten rekening met elkaar houden. Ook hebben we liefde en aandacht nodig om ons prettig te voelen. Ook mensen met autisme hebben die behoefte. Ook zij willen graag een vriendschap opbouwen, dat er rekening met ze wordt gehouden en dat ze geliefd zijn. Ook al laten je dat niet altijd merken.
Doordat mensen intuïtief op heel veel signalen, zeker sociale signalen reageren is dat de norm. Een brein met autisme mist de intuïtie om te reageren op al die kleine sociale signalen waar mensen zo’n behoefte aan hebben en als mensen die signalen niet terugkrijgen dan stoot dat af, men mist de wederkerigheid. Men begrijpt dat niet. Vandaar dat er vaak gezegd wordt dat autisten geen emotie voelen. Dat voelen ze wel degelijk maar ze weten er geen woorden aan te geven omdat ze niet intuïtief aanvoelen wat er in hun lijf gebeurt.
Dat betekent dat die collega met autisme misschien niet reageert als jij eens een compliment maakt maar dat wil niet zeggen dat hij er niet blij van wordt. Waarschijnlijk is zijn hoofd zo druk met het verwerken en interpreteren wat jij precies bedoeld dat hij geen niet op tijd kan reageren. Daar hebben trouwens meer beelddenkers, en ook taaldenkers, last van. Soms heeft je brein even tijd nodig om te schakelen.
Interoceptie
Waar hoogsensitieve mensen veel voeling met hun lichaam hebben waardoor ze steeds afgeleid zijn door hun innerlijke nood, hebben (sommige)mensen met autisme juist geen voeling met hun lichaam en voelen ze weinig honger, dorst of kou. Deze mensen kunnen dan ook rustig een hele dag zonder eten en drinken of in de winter zonder jas naar buiten. Als ze dan toch gaan eten, voelen ze het niet als ze genoeg hebben gehad, of ze eten juist te weinig omdat ze het gevoel van eten in hun buik al snel associëren met vol zitten.
Een overeenkomst is dat beide groepen last hebben van de verschillende structuren en smaken in hun mond. Het kunnen lastige eters zijn. Vaak moet al het eten apart op het bord liggen, er mogen geen verschillende structuren door elkaar liggen. Kinderen met autisme willen graag ook voorspelbaar eten, dus slechts de keuze krijgen uit bijvoorbeeld een beperkt aantal groentes. Dat houdt de hoeveelheid verschillende structuren binnen de perken. Als je ouder wordt wen je steeds beter aan die structuren en gaat het eten makkelijker. En je kan altijd zorgen voor een gevarieerd weekmenu. Gewoon elke maandag aardappels, dinsdag rijst, woensdag… zo hou je de boel voorspelbaar en krijg je toch alle benodigde voedingsstoffen binnen.
Veel energie
Mensen met autisme presteren vaak beneden hun kunnen omdat ze gewoon al zo veel energie kwijt zijn met het verwerken van de prikkels dat er weinig energie overblijft om te denken. Door duidelijkheid en rust te creëren voorkom je dat ze steeds overprikkeld zijn en veel energie moeten steken in aanpassen en beredeneren wat er van hun verlangd wordt. Dan zijn het toegewijde werknemers die vaak heel goed kunnen presteren.
Een ASS-brein is gericht op details én op het geheel. Mensen met autisme krijgen alle informatie binnen, maar vinden ieder detail even belangrijk. Ze houden van instructie en stap voor stap uitleg, omdat ze dan precies weten wat ze moeten doen en hun brein de kortste weg kan vinden.
Eenduidige informatie
Bij een brein met autisme komen alle prikkels binnen. Er wordt geen onderscheidt gemaakt tussen sociale prikkels of gewone prikkels. Door deze overmaat aan informatie hebben ze moeite om de relevante informatie eruit te halen en te koppelen aan de opdracht die ze moeten doen. Ze hebben moeite met de centrale coherentie, de samenhang van verschillende feitjes. Hierdoor is het voor hen moeilijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden en om prioriteiten te stellen. Ook is het voor hen lastig om voor- en nadelen te bedenken van de verschillende opties, waardoor ze kunnen verzanden in besluiteloosheid. Daarom hebben ze behoefte aan eenduidige informatie met structuur die ze kunnen volgen. Zolang ergens een regel voor is, kunnen ze die prima uitvoeren en hebben ze houvast. Colette de Bruin heeft dit mooi samengevat in ‘geef me de vijf’: vertel ze wie, wat, waar, wanneer en hoe, en ze kunnen verder (de Bruin). –
Een kleine afwijking in het verwachte patroon kan aanleiding zijn voor een minidrama, terwijl grote veranderingen in het programma zonder problemen geaccepteerd worden en vice versa.
Vertraagd zenuwstelsel
Bij mensen met autisme ontwikkeld, net als bij ADHD, het zenuwstelsel vertraagd en niet gelijkmatig. Tegelijkertijd kan het ontwikkelingsniveau van een persoon met autisme zich voor verschillende ontwikkelgebieden op meerdere leeftijden bevinden en deze leeftijd kan onder invloed van stress binnen een tijdsbestek van een paar dagen, een aantal jaren schommelen. Zo kan de cognitieve leeftijd enkele jaren hoger zijn dan de kalenderleeftijd terwijl het beoordelingsvermogen van eigen kunnen een aantal jaren onder de kalenderleeftijd ligt. Daarnaast kan dit dus ook de ene dag beter gaan dan de andere dag. Bij een brein zonder ADHD of ASS is de ontwikkeling van het zenuwstelsel vaak afgerond rond het 25e levensjaar. Bij een brein met autisme duurt dat wel tot je 30e voordat je helemaal klaar bent met ontwikkelen. Probeer dus niet op je 17e al je rijbewijs te halen, verwacht niet van jezelf dat jij als eerste je diploma haalt en verwacht ook niet dat alles je makkelijk af zal gaan. Maar wees ervan overtuigd dat je zeker wel dat rijbewijs kan halen, je diploma binnen kan slepen en dat jij een baan vindt die bij jou past en waar jij kan laten zien dat je zeker de moete waard bent. Het kost alleen een beetje meer tijd (en energie).
Autisme heeft ook een aantal kwaliteiten.
Autisten zijn detailgericht, kunnen goed focussen op een onderwerp, kunnen hun intelligentie goed richten op iets wat ze interessant vinden. Ze zijn sociaal gezien niet complex maar wel trouw. Geen verstrengelde belangen of een druk sociaal leven naast hun baan. Veel werkgevers hebben de kracht van deze eigenschappen ontdekt en zijn specifiek op zoek naar werknemers met autisme. Vooral in het zuiden van het land bij bedrijven als Philipps en de grote datacentra’s zijn autisten zeer waardevol. Er zijn zelfs projecten waar mensen zonder diploma maar met autisme welkom zijn en klaar gemaakt worden voor de arbeidsmarkt.
De belangrijkste behoeften bij autisme nog even op een rijtje
- Structuur in de breedste zin van het woord. Structuur in het klaslokaal en in de thuissituatie: wat gaat er gebeuren, wie gaat het doen, waar is het, wanneer moet ik het doen, hoe moet ik het doen. Iemand met autisme denkt letterlijk en snapt het soms niet als je het steeds in andere woorden uitlegt of figuurlijke taal gebruikt. Blijf steeds benoemen wat de bedoeling is of koppel het kind aan een maatje, zodat het kan ‘afkijken’. Werk als school en ouders nauw samen om eenduidigheid te krijgen.
- Vaste routines en rituelen.
- Rust in het hoofd. Er komen veel prikkels binnen en het filter lijkt een beetje weg. Voorkom dus extra stress en laat het kind soms gewoon even niet meedoen met een ‘leuk’ spelletje. Maak tijd voor het kind om bij te komen, thuis maar ook op school.
- Ontwikkeling in sociaal opzicht. Ook iemand met autisme wil graag bij de groep horen, maar heeft daar wel een beetje hulp van zijn collega’s bij nodig. Leg af en toe even uit waarom je iets doet of zegt. Maak het onderwerp bespreekbaar. Iedereen heeft wel wat.
- Denktijd en schakeltijd.
- Ondertiteling van wat anderen denken en voelen. ASS hebben moeite met het aanvoelen van non-verbale communicatie, waardoor ze soms wat lomp kunnen overkomen. Dit gebeurt zonder dat ze daar erg in hebben.
- Ze willen dat iemand ze ziet staan voor wie ze zijn, dat er niet in beperkingen, maar in mogelijkheden wordt gedacht.
- Houd je aan je eigen regels en gebruik zo min mogelijk figuurlijke taal.
- Houd rekening met waar een persoon wel goed in is. Ook iemand met autisme wil graag horen dat hij waardevol is en zijn werk goed doet al zal hij teveel complimenten niet fijn vinden omdat hij dan weer in het middelpunt staat en niet weten wat hij moet doen.
