Waarom het ene kind leert door te kijken en het andere door te doen

Heb je je ooit afgevraagd waarom sommige kinderen direct begrijpen wat je uitlegt, terwijl anderen het pas echt oppikken wanneer ze het zien of zelf ervaren? Het antwoord kan liggen in hun dominantieprofiel: de unieke combinatie van de manier waarop hun brein informatie verwerkt en welke zintuigen daarbij de voorrang krijgen.

Elk brein heeft een voorkeursroute

Al voordat een kind wordt geboren, ontwikkelt het brein een voorkeur voor een bepaalde manier van informatie verwerken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een voorkeur voor taaldenken (linkerhersenhelft) en beelddenken (rechterhersenhelft).

Deze voorkeur bepaalt niet hoe intelligent iemand is, maar wel hoe informatie het gemakkelijkst wordt opgenomen, verwerkt en toegepast. Hoewel ervaringen, omstandigheden en bijvoorbeeld fouten tijdens de ontwikkeling van het brein invloed kunnen hebben op het functioneren van het brein, blijft deze aangeboren voorkeur een belangrijke rol spelen gedurende het hele leven.

Voor ouders en leerkrachten kan dit een waardevol inzicht zijn. Een kind dat moeite heeft met een stap voor stap uitleg is niet automatisch ongeïnteresseerd of minder slim. Mogelijk sluit de aangeboden informatie simpelweg niet aan bij de natuurlijke manier waarop het brein werkt.

De rol van de zintuigen

Om informatie te kunnen verwerken, heeft het brein input nodig. Die input komt binnen via onze zintuigen. De ogen, oren, handen en voeten spelen daarbij een bijzondere rol, omdat we daarvan een linker- en rechtervariant hebben.

Net als bij de hersenhelften is ook bij deze zintuigen sprake zijn van dominantie. Dat betekent dat één oog, één oor, één hand of één voet een voorkeur heeft om bepaalde informatie te verwerken of taken uit te voeren.

De combinatie van een dominante hersenhelft en dominante zintuigen vormt samen het dominantieprofiel. Dit profiel beïnvloedt onder andere:

  • de manier waarop iemand leert;
  • hoe informatie wordt onthouden;
  • communicatievaardigheden;
  • probleemoplossend vermogen;
  • reactiesnelheid;
  • sociale interactie.

Waarom dominantie van zintuigen belangrijk is

Onze hersenen ontvangen voortdurend informatie vanuit beide ogen en beide oren. Voordat deze informatie bruikbaar wordt, wordt ze samengevoegd.

Daarbij speelt het dominante oog of oor een belangrijke rol. De informatie uit het dominante zintuig fungeert als leidraad, terwijl de informatie uit het andere zintuig aanvullend werkt. Dankzij deze samenwerking kunnen we bijvoorbeeld diepte zien en bepalen uit welke richting een geluid komt.

Ook bij handen en voeten zien we een duidelijke voorkeur. Vaak is één hand verantwoordelijk voor precieze handelingen, terwijl de andere ondersteunt. Denk aan schrijven, knippen of het bespelen van een instrument.

Deze voorkeuren lijken misschien klein, maar ze hebben invloed op hoe efficiënt iemand informatie verwerkt en uitvoert.

Leren met hoofd, ogen, oren en handen

Het dominantieprofiel helpt ook verklaren waarom mensen verschillende leerstijlen hebben.

Sommige kinderen leren vooral door te kijken en beelden te gebruiken. Anderen onthouden informatie beter wanneer ze deze horen. Weer anderen moeten iets actief ervaren of uitvoeren voordat het echt blijft hangen.

In de praktijk betekent dit dat een leeromgeving die aansluit bij het dominantieprofiel vaak leidt tot:

  • meer begrip;
  • minder frustratie;
  • betere prestaties;
  • meer zelfvertrouwen.

Voor leerkrachten kan dit betekenen dat een combinatie van uitleg, afbeeldingen en praktische opdrachten meer leerlingen aanspreekt. Voor ouders kan het helpen om hun opvoeding beter af te stemmen op de behoeften van hun kind.

Een bijzondere uitzondering: ambidexteriteit

Bij sommige mensen is er geen duidelijke voorkeur voor één hand. Zij zijn ambidexter en kunnen zowel links als rechts bepaalde handelingen goed uitvoeren.

Opvallend is dat deze groep vaak niet voor alle activiteiten dezelfde voorkeur heeft. Zo kan iemand bijvoorbeeld liever links schrijven, maar juist rechts gooien of tekenen. Binnen het dominantieprofiel vormt dit een aparte variant, waarbij de kenmerken van links- en rechtsdominantie minder uitgesproken aanwezig zijn.

Een handleiding voor talenten en ontwikkeling

Geen twee dominantieprofielen zijn exact hetzelfde. Iedere combinatie van hersen- en zintuigdominantie brengt eigen kwaliteiten, talenten en uitdagingen met zich mee.

Wie inzicht krijgt in zijn dominantieprofiel, krijgt als het ware een handleiding voor zichzelf. Het helpt te begrijpen waarom bepaalde taken vanzelf gaan, waarom andere meer energie kosten en op welke manier iemand het beste denkt, leert, communiceert en presteert.

Voor ouders en leerkrachten biedt deze kennis een waardevol uitgangspunt: niet elk kind hoeft hetzelfde te leren op dezelfde manier. Juist door aan te sluiten bij de natuurlijke voorkeuren van het brein kunnen kinderen hun talenten beter ontwikkelen en met meer plezier leren.

Samengevat

Het dominantieprofiel geeft inzicht in hoe een persoon informatie waarneemt, verwerkt en toepast. Door te begrijpen welke hersenhelft en welke zintuigen de leiding nemen, ontstaat meer begrip voor verschillen in leren, communiceren en presteren. En misschien nog belangrijker: het helpt ons kijken naar wat een kind nodig heeft om tot bloei te komen, in plaats van alleen naar wat het nog moeilijk vindt.

Het kerndeel dominantieprofielen is het eerste en belangrijkste kerndeel omdat dit de basis van onze kernopleiding Beelddenken is en ook de basis is waarop de volgende kerndelen verdergaan en uitdiepen. Je dominantieprofiel is het allerbelangrijkste onderdeel van je persoonlijkheid en van de manier waarop jij denkt, leert, communiceert en presteert. Vanaf je geboorte tot je laatste adem.


Geef een reactie