Hoe het onderwijs ook anders kan

Waarom moet je op het VWO alleen maar theorie leren? Ook VWO leerlingen gaan aan van praktijkvakken en leren daarmee hun creativiteit te ontwikkelen. Sofie van de Waart is leerkracht basisschool (geweest), ze heeft een huiswerkinstituut, ze is onderwijsspecialist, ze heeft Explora, parttime HB onderwijs opgezet, en is nu bezig met een delta voorziening voor langdurig thuiszittende kinderen. Een onderwijskundige duizendpoot die goed gebruik weet te maken van haar kennis en van haar ADHD.

Ze heeft inmiddels twee boeken op haar naam staan want in haar vrije tijd schrijft ze artikelen voor Trouw. Deze artikelen zijn gebundeld in haar boeken: ‘Basisschoolbundel’ en ‘De wereld van Sophie’. In december komt bij omroep max haar documentaire: ‘De utopie van Sophie’ uit over de kansenverschillen tussen kinderen in het onderwijs van Breda-Noord en Breda-Zuid.

Haar ervaring met het vak leerkracht is, dat als je als leerkracht van de pabo komt, je eigenlijk nog niks weet. Niks wat je in de praktijk moet kunnen. En dan hebben we het nog niet eens over de basale vakkennis als taal en rekenen maar meer de praktische zaken als: hoe neem je toetsen af, hoe werkt een digibord en hoe werkt het parnassys systeem (daar wordt alles van leerlingen bijgehouden). Je hebt wat theoretische kennis die je pas achteraf, als je het vergeten bent omdat je het nergens aan kon verbinden, prima zou kunnen toepassen maar dan dus al vergeten bent. Als stagiair wordt je gewoon in het diepe gegooid terwijl je nog een heel leerproces, in de praktijk, te gaan hebt voordat je als leerkracht goed uit de verf kunt komen. En dan neemt het systeem het over. Het systeem zit zo in elkaar dat de lessen gewoon door kunnen gaan, ook als de leerkracht een les een keer niet heeft voorbereidt.

Luister en huiver bij dit energieke, genuanceerde en opbeurende verhaal over hoe het onderwijs best passend kan zijn voor 100% van de kinderen. Als je maar durft. Wil je meer weten van juf Sofie? Kijk dan op haar website: jufsofie.nl

Vanuit het beelddenkende brein gezien

Vanuit het Beelddenkende brein gezien Leerlingen zijn er in heel veel soorten en maten. Hoe iemand leert is afhankelijk van meerdere factoren. Intelligentie speelt daarbij een rol. Hoe snel jij informatie kunt verwerken heeft invloed op hoe gemakkelijk jij leert. Daarbij wordt naar de cognitieve intelligentie gekeken. Er zijn meerdere soorten intelligenties maar om te leren rekenen, lezen en vakken als scheikunde en biologie heb je behoefte aan cognitieve intelligentie. Emotionele intelligentie is ook heel belangrijk in het leven maar doen ze op school niet zoveel mee. Dat zou wel moeten maar wordt nog niet gedaan.

Voor de rechtlijnige taaldenkers is het huidige systeem passend genoeg om te kunnen differentiëren op intelligentie. Hoe sneller jij kunt automatiseren des te sneller kun je door de lesstof. Voor beelddenkers gaat die vlieger niet op. Hoe hoger de intelligentie des te niet-passender het onderwijs is. Het beeld dat intern opgebouwd moet worden heeft zoveel losse eindjes dat je steeds informatie te kort komt en door de langzame opbouw van de lesmethodes die informatie ook niet gaat krijgen. Hier zou een leerkracht met autonomie en een ander lessysteem van uitzoeken en ontdekken heel helpend zijn. Dan zouden ook de beelddenkers hun intelligentie en vaardigheden kunnen ontwikkelen.  

Naast intelligentie is jouw dominantieprofiel een belangrijke factor. Hoe verwerk jij informatie, rechtlijnig via automatiseren en reproduceren of conceptueel, via associëren en begrijpen. Dat maakt een groot verschil in hoe jij onderwijs aangeboden moet krijgen. Daarbij komt ook nog jouw zintuiglijke voorkeur: leer jij visueel, auditief of via bewegen. Als derde, en zeker niet laatste, factor gebruiken we de neurodiversiteiten als dyslexie, ADHD en autisme. Ook deze factor kan een grote invloed hebben op hoe jij leert en onder welke omstandigheden jij kunt presteren. Daarnaast zijn natuurlijk jouw persoonlijke omstandigheden van doorslaggevend belang om jezelf veilig genoeg te voelen om je op het onderwijs te kunnen concentreren. Het is logisch dat het onderwijs niet met al deze factoren, voor elke leerling apart, onderwijs op maat kan maken.

Maar door het onderwijs in te richten zoals het nu gaat, waarbij lesmethodes leidend zijn voor wat er die dag uitgelegd gaat worden, zetten we de menselijke factor geheel buiten spel. Leerkrachten doen hun uiterste best om zo goed mogelijk, binnen het systeem, de afzonderlijke kinderen te bedienen maar zitten zelf ook gebonden aan, en gevangen in, het systeem.  Als je uitgaat van bovenstaande drie factoren is het logisch dat ook het VWO praktijkvakken zou moeten hebben en dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de leerkrachten en docenten. Zij moeten het werk uitvoeren en zij moeten de tools hebben om al deze kinderen, met al deze vormen van leren, te kunnen bedienen. Dat gaat niet als de lessen voor maart volgend schooljaar al vaststaan. Dat gaat alleen als er naar de klas als geheel, en de leerlingen apart gekeken en geluisterd wordt. Op een hele andere manier dan dat we tot nu toe gedaan hebben.  Als kinderen kunnen leren wat ze willen en hoe zij dat van nature al doen dan hebben ze een intrinsieke motivatie om te leren. Dan komt er energie vrij waar de leerkrachten van nu alleen maar van kunnen dromen.

Welkom in de 21e eeuw.