Taaldenkers

Beelddenkers en taaldenkers hebben allebei een andere manier van informatie verwerken. Taaldenkers denken rechtlijnig, via oorzaak en gevolg. Zij volgen instructie en blijven dat herhalen totdat zij de lesstof geautomatiseerd hebben. daarbij slaan zij de patronen op die zij op een ander moment weer kunnen toepassen op een soortgelijk probleem. Deze patronen worden ook geautomatiseerd. Uitvoering kan voor begrip gaan. Leren praten, lezen en rekenen gaat via het automatiseren van de getalrij, de sommen tot 20, de klanken bij de letters en de begrippen bij woorden. In je hoofd wordt informatie auditief verwerkt, wat was anders is dan dat auditieve informatie verwerkt wordt of dat informatie auditief aangeleverd moet worden. Alle zintuigen worden gebruikt bij het aanleveren van de informatie al kun je wel een voorkeur hebben.

Beelddenkers

Beelddenkers denken vanuit het geheel. Ze willen eerst alle informatie verzamelen voordat zij kunnen beginnen aan het uitvoeren van de opdracht. Begrip komt voor het intuïtief weten. Hierbij maken zij gebruik van associaties met het verleden om te bepalen of er al enige kennis aanwezig is. Die concepten uit het verleden zorgen voor een nog beter begrip. Deze concepten worden gemaakt met alle zintuiglijke informatie die relevant is: beeld, geluid, geur, smaak, tast en gevoel. Ook de associaties maken gebruik van gevoel waardoor gevoel een belangrijk onderdeel van het denkproces wordt. Beelddenkers hebben beelden in hun hoofd maar maken gebruik van alle zintuigen en hebben dus niet altijd een voorkeur voor visuele informatie. Dat hangt van meer factoren af.

Onderwijs

In het onderwijs gaan we uit van de rechtlijnige manier van informatie verwerken. We geven instructie en door herhaling wordt deze lesstof ingesleten. We controleren steeds wat er al geautomatiseerd is en of de lesstof in het hoofd opgeslagen is. Dat doen we door te vragen om de behandelde lesstof te reproduceren. Beelddenkers willen graag zelf uitzoeken en op hun eigen manier tot een antwoord komen. Dat wordt echter niet gevraagd in de toets waardoor beelddenkers niet kunnen laten zien wat zij kunnen. Opvallend hierbij is dat juist beelddenkers met een hoge intelligentie, de hoogbegaafde leerlingen, het meest last hebben van het onderwijssysteem.